|
Kristal is materiaal dat bestaat uit glas dat een zekere hoeveelheid loodoxide bevat.
De Engelse glasmaker George Ravenscroft ontdekte het maken van loodkristalglas
in 1676.
Let wel, in natuurwetenschappelijke zin is kristalglas helemaal geen kristal,
omdat de moleculen niet in een regelmatige structuur zijn gerangschikt. In het
Spaans is het nog erger: iedere glassoort wordt in het Spaans cristal genoemd.
Glas bestaat uit een mengeling van siliciumdioxide (voornaamste bestanddeel van
kwartszand) en metaaloxiden. Door het te verhitten, smelt het tot een dikke substantie
die makkelijk te vormen (blazen) is en door afkoeling hard wordt, waarbij geen
kristalstructuur ontstaat: glas is eigenlijk, natuurkundig bezien, een sterk onderkoelde
vloeistof.
Glas waaraan in zekere mate lood is toegevoegd mag kristal heten (hoewel het
dus eigenlijk geen kristal is). Volgens Europese regelgeving moet kristal meer
dan tien procent loodoxide bevatten. Als het meer dan 30 procent lood bevat, is
het hoog loodkristal zoals Swarovski (circa 32 procent lood).
Hoe hoger het loodgehalte hoe hoger de brekingsindex. Een materiaal met een hoge
brekingsindex vertoont meer schittering en heeft een rijker kleurenspectrum. Het
is overigens niet gezond om in dergelijk sterk loodhoudend glas dranken te bewaren
daar er bij langdurig contact van het glas met de inhoud meetbare hoeveelheden
lood uit het glas in de vloeibare inhoud kunnen oplossen.
Glas met een hoog loodgehalte wordt ook wel gebruikt in de nucleaire industrie,
omdat het lood röntgen- en gammastraling tegenhoudt.
Bron: Wikipedia |